Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Wet op de rechtsbijstand

 

Artikel 23e
1
Onverminderd de kosten die op grond van deze wet worden vergoed, worden de hierna te noemen kosten door de raad aan de rechtzoekende vergoed voorzover die rechtstreeks verband houden met het grensoverschrijdende karakter van het geschil en voorzover deze kosten, niet zijnde proceskosten, ten behoeve van de rechtzoekende zijn gemaakt en voor rekening van de rechtzoekende komen en door de rechtzoekende zijn betaald:
a
de kosten van tolken, voorzover deze zijn geregistreerd in het kwaliteitsregister te 's-Hertogenbosch;
b
de kosten voor de vertaling door een beëdigde vertaler van de voor de afdoening van de zaak benodigde stukken die door de rechter of de raad worden verlangd en door de rechtzoekende worden overgelegd;
c
de reiskosten, voorzover bij het voorleggen van de zaak van de aanvrager de aanwezigheid van betrokkenen ter terechtzitting bij de wet of door de rechter geboden is en de rechter oordeelt dat de betrokkenen niet anderszins ten genoegen van de rechter kunnen worden gehoord, en
d
vijftig procent van het honorarium van personen die in opdracht van de rechter in de procedure optreden.
2
Voorzover mogelijk draagt de raad zorg voor de vertaling van de stukken, bedoeld in het eerste lid, onder b.
3
De hoogte van de vergoeding van de reiskosten, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt berekend overeenkomstig artikel 25 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000.
4
De hoogte van de vergoeding van het honorarium van de personen, bedoeld in het eerste lid, onder a, b en d, wordt berekend overeenkomstig de Wet tarieven in burgerlijke zaken.


Jurisprudentie bij dit artikel

  • Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.

  • Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.
  •